Thursday, July 02, 2015

Rock Werchter '15 (deel 2) 27+28/06/15

[❹ (uitstekend), ❸ (goed), ❷ (twijfelgeval) en ❶ (onder onze maat)]

Zaterdag 27/06
Met onze wekker “op half zeven” (J) wouden we s’ zaterdags op zeker spelen om geen moment te missen van Other Lives (❸ The Barn, 13:40). 2 uitstekende platen op rij (“het jongste “Rituals” en diens voorganger “Tamer Animals”) zouden immers garant moeten staan voor een goed concert en die verwachting werd helemaal ingelost. De dromerige, thans met wat meer elektronica ingekleurde sound gedijde op het Werchterse middaguur uitstekend. Hetzelfde kon worden gezegd van The Tallest Man on Earth (❸ The Barn, 15:00). Meest opvallende nieuwigheid bij de Dylanesque Zweed is dat hij zich tegenwoordig laat omringen door een begeleidingsband. Het meeste bijval oogstte hij echter in zijn eentje (“Love is all”, “Like the wheel”). Eén man met gitaar, het zou een recept zijn dat verder op dag 3 nog voor grotere ogen zou zorgen. Hozier (❷ Main 16:15) heeft een hit die hem als een molensteen rond de nek hangt.  Het Werchter concert was daarom één lang, wat saai voorspel naar “Take me to church”. Hopelijk mag deze man snel terug een trapje lager spelen wat zijn kwaliteiten zeker meer tot hun recht zal laten komen. Met het gelijktijdig programmeren van The War on Drugs en Ryan Adams (❹ The Barn, 18:00) hadden de Werchter-programma officieren zich in de kijker gewerkt met een blunder van formaat. Ter hoogte van het hoofdpodium zullen ongetwijfeld een pak mensen hebben gestaan die ook met volle teugen van Adams zouden hebben genoten en omgekeerd. Gezien zijn sporadische aanwezigheid aan deze kant van de grote plas kozen we toch voor de Amerikaanse singer-songwriter uit North Carolina en daar kregen we geen spijt van. Vanop de eerste rij zagen we een adembenemend goed concert dat de hoogtepunten aan elkaar reeg als onze oma destijds haar breiwol. Slechts één uur Ryan Adams is beter dan geen uur maar liet ons – het actuele hoge vormpeil van de man indachtig – toch verre van verzadigd achter. Het was dan ook nagelbijtend afwachten of enkele van onze persoonlijke favorieten Werchter zouden halen. Met (dé setopener van het ganse weekend) “Gimme something good”, “Kim”, “Stay with me”, “Come pick me up”, “Let it ride”, “New York New York” en “Dirty rain” kunnen we alvast niet beweren dat we niet op onze wenken bediend zijn. Op een sober “Thank you” na liet Adams het spreken aan de muziek over te midden in een decor van nep Marshall versterkers en vintage Pac Man speelkasten. Wat hadden we reikhalzend naar dit moment uitgekeken om na afloop vast te stellen dat Ryan Admas zien alleen maar meer doet verlangen om Ryan Admas terug zien. Hopelijk valt nu niet weer een hiatus van jaren alvorens de man terug naar het Europese continent afzakt. Na de AB eerder dit jaar stond het als een paal boven water dat Noel Gallagher’s High Flying Birds (❷ Main, 19:45) het Werchter menu gingen halen, al was het maar alleen om de weide tot een collectieve samenzang aan te zetten in (het verplichte) “Don’t look back in anger”. We blijven het wat jammer vinden dat Noel’s solowerk – in appreciatie voor een grote weide - maar moeilijk weg raakt van onder het Oasis juk. Een wat slappe geluidsmix en stoïcijnse Noel hielp ook niet echt. Wellicht hadden deze vogels een pak beter gewerkt in de grote tent. 25 jaar na de eerste passage was Lenny Kravitz (voor het eerste half uur ❸ Main, 21:35) voor de zesde keer van de partij op Rock Werchter. De voorspellingen beloofden met een matig ontvangen laatste plaat en zijn jongste concerten die vooral uitblonken in langdradigheid niet veel goeds. Het deed echter deugd te horen en zien dat Lenny – 10 op de schaal van ‘cool’ – en band uitstekend uit de startblokken schoten en al vroeg de weide trakteerden op enkele onverwoestbare classic in succulente uitvoeringen (“Mr. Cab driver” en “It ain’t over till it’s over”). Het funky “Dancin’ till dawn” werd als eerste getest op zijn rekbaarheid, voor ons het teken om er als de bliksem van door te gaan naar Damien Rice (❹ The Barn, 22:30). We dienden ons op dat moment gelukkig nog geen weg te banen door een ondoordringbare massa om een behoorlijke plek vlakbij de PA te kunnen veroveren maar een half uur later – of in de openingsfase van het concert van Rice - had dat wel wat anders geweest. De onweerstaanbare aantrekkingskracht van deze man liet zich in het uur dat volgde verduidelijken. Geen keel die zonder krop verder moest na “Elephant”, geen traanklier die niet spontaan in werking trad tijdens “The Blower’s daughter”. Rice legde de 15000-man/vrouw tellende tent het zwijgen op en speelde op indrukwekkende wijze met slechts één sjofele gitaar en een stem die enkele malen huiveringweekend de bovenhand nam het soort concert waarvan er maximum ééntje op elke Werchter editie de revue passeert. Dit jaar was dat het zijne!


Zondag 28/06
De enkele jaren geleden met Sharon Jones en Charles Bradley ingezette soul-revival houdt aan en schenkt de wereld nu ook de (vergeleken met voorgenoemden) veel jongere Leon Bridges (❷ KlubC, 13:00). Als een jonge maar wel erg verlegen Sam Cooke trad de Texaan in Werchter wat onwennig voor het spotlicht. Bridges beschikt over een uitstekende stem maar werkte zich in tegenstelling tot de dagopeners van donderdag niet in het zweet. Aan het einde van zijn set ging hij met een ongerimpeld maatpak en geen druppeltje op zijn voorhoofd terug het podium af. Says it all, vinden we. Wat voor ons aanvankelijk niets meer dan een obligatoir bezoekje aan The Barn was draaide gauw uit op een onverwachtse verrassing. The Van Jets (❹ The Barn, 13:25) blijken dezer dagen immers in de vorm van hun leven en speelden het beste concert wat we van de heren in jaren hebben gezien. Zanger Johannes Verschaeve heeft het schminken en verkleden achterwege gelaten wat de nadruk eindelijk legt waar hij hoort te liggen: bij de muziek. Een tent doen vollopen en ze daar ook houden op het middaguur krijg je niet alleen voor elkaar met het thuisvoordeel. De heren speelden een erg strakke set die vooral rond nieuw werk draaide maar slim middenin publiekslieveling “The Future” loste en welke spontaan tot een massale samenzang leidde. In een rechtsreeks duel België- Nederland stond aansluitend op The Van Jets ernaast Blaudzun (❷ KlubC, 14:05) geprogrammeerd. Onze Nederlandse vrienden, gehinderd door een vlak en matig geluid, slaagden er maar niet in om de, nochtans volgelopen tent, voor zich te winnen. De eer redden met knappe songs als (het aan Thé Lau opgedragen) “Promises of no man’s land”, “Powder blue” en afsluiter “Elephants” was het hoogst haalbare. Tijdens Catfish and The Bottleman (❷ The Barn, 14:45) bekroop ons een Kooks-gevoel. We zagen viriele en op jonge meisjesharten mikkende groepsleden en hoorden enkele leuke maar live erg rommelige songs (“Kathleen”, “Homesick”). De buslading aanwezige Britten hadden de tijd van hun leven terwijl wij met ons hoofd al elders zaten. Bij The Vaccines (❸ Main, 15:30) bijvoorbeeld. Het afzeggen van Jessie J had hen immers een plek op het hoofpodium opgeleverd, een upgrade die in het eerste halfuur nauwelijks rendeerde. “Wetsuit” en het onweerstaanbare “Bad mood” passeerden met het enthousiasme dat hoort bij een schoonouderbezoekje op zondagnamiddag. Pas bij “Melody calling” (als “Price tag” door Justin Young aangekondigd) sloeg de motor aan en bewees de groep – geholpen door een inmiddels indrukwekkende rij singels – hun plek op het hoofpodium waard te zijn. Fink (❹ KlubC, 17:15) stond met stip aangeduid in ons programmaboekje. Deze tot singer-songwriter getransformeerde DJ speelt een soort indie folkrock die door het erg repetitieve en crescendo karakter van de songs verwantschap heeft met de man’s verleden in dance en technomiddens. Dat resulteerde in een intens concert dat met amper 45 minuten niet de toebedeelde speeltijd kreeg die het verdiende. Tegen de tijd dat “Berlin sunrise” de set afsloot had Fin Greenall – zo heet de man – de tent in zijn broekzak. “Het laten meeklappen laten we aan andere groepen over” zei hij, terwijl de 10000 onder het tentzeil het op een extatisch applaus zetten. In Nederland verkopen zalen voor Fink sneller uit dan rozijnenbrood bij onze warme bakker, het is slechts een kwestie van tijd vooraleer dit ook bij ons het geval is. Met hit “I don’t wanna fight” is het succes van plaat 2 voor Alabama Shakes (❸ The Barn, 18:00) nu al gegarandeerd. Dat ze daar op Werchter ook nog eens een prima concert zouden aan toevoegen kon vooraf zonder horoscoop in de hand worden voorspeld. Alle ogen waren de ganse tijd gericht op voormalige postbode en boegbeeld van de groep Brittany Howard die met een klok van een stem de alweer volgepropte tent aandachtig deed luisteren. Een sterk concert spelen zonder uit te pakken met je grootste hit (“Hold on”) getuigt van veel lef én potentieel. Wie nog twijfelde aan Alabama Shakes als grote groep in wording werd met een erg matuur concert op Werchter nog eens stevig op de feiten gedrukt. Dit najaar staan ze geboekt in het Brusselse Koninklijk Circus. We zouden geen moment twijfelen mochten we U zijn. Dat er ook een potentiële headliner schuilt in Kasabian (❹ Main, 20:45) kwamen de heren uit Leicester op Werchter nog eens stevig in de verf zetten. In de aanloop naar Muse serveerden de Britten, met een vastberadenheid gelijk aan Contador gevraagd om een reactie na een positieve dopingtest, een best-of waarmee ze iedereen (“Left, right and in the back” dixit frontman Tom Meighan) voor zich wonnen. Tegen dat “Fire” werd ingezet hadden de spil van de band, Serge Pizzorno en die Tom Meighan, beiden heerlijk Brits arrogant maar toch sympathiek, de hele weide al zo opgenaaid dat – eindelijk op dag 4… – iedereen het op een springen zette. Ook knap hoe de groep koketteerde met verwijzingen naar The Doors (“People are strange” kwam naadloos na “Thick as thieves”) en The Beatles (Meighan zong aan het einde van de set vooraleer het podium af te stappen “She loves you”). Geen duidelijkere stellingname dat Kasabian er met vlag en wimpel in slaagt om van zichzelf een band te maken waarmee de komende jaren zal moeten rekening gehouden worden. Het wordt beslist een alsmaar zwaardere klus om na deze heren een weide te worden ingestuurd.


Afrondend sommen we nog eens de namen op met een ❹ achter zich: Damien Rice, Ryan Adams, Patti Smith, Fink, Kasabian, Magnus en The Van Jets. Met amper 1 op 3 concerten op de Main Stage hebben we het gevoel dat (voor ons) de relevantie van het hoofpodium afneemt. De massale toeloop naar de 2 tenten bevestigt ons in die gedachte. Enigszins geplaagd door wat cruciale afzeggingen houden we toch een gevoel van voldoening over na #RW15. Op naar editie 2016!

No comments: