Normaal gezien duurt onze blogpauze rond de jaarwisseling wat langer maar Trixie Whitley, dochter van de betreurde Chris, besliste daar anders over. Net als vorig jaar combineert de voornamelijk in de States residerende Trixie een Nieuwjaarsbezoek aan haar in Gent gevestigde moeder met wat Europese concertdata. Dat Trixie gegeerd is in Vlaanderen is ons eerste understatement van 2012: al haar concerten verkopen steevast uit en dat zonder één plaat achter haar naam te hebben. Faut le faire! Het nog jonge talent is wel al onder de vleugels beland van – een mens kan het slechter treffen - muzikant en producer Daniel Lanois die destijds ook met haar vader het schitterende “Living with the law” maakte. In al even goed gezelschap van drummer Brian Blade en bassist Daryl Johnson maakten ze samen trouwens een groepsplaat onder de naam Black Dub. Als u het ons vraagt (geen idee of u dat zou doen maar laat ons even aannemen van wel): allebei verplichte aanschaf.
Net in de week waarin een eerste volwaardige clip van Trixie de wereld werd ingestuurd voor het nummer “A thousand thieves” hield ze eergisteren halt in de Gentse Handelsbeurs. Vorige maand was ze ook al te gast in Antwerpen maar spelen in haar halve thuishaven, met familie en vrienden dichtbij, is toch een tikkeltje meer bijzonder.
Het podium was voor de gelegenheid opgesteld in de lengte van de zaal met ervoor enkele rijen stoelen en daarachter nog wat open ruimte voor wat staand publiek. Opmerkelijk toch hoe zo’n ogenschijnlijk simpele ingreep een pak meer intimiteit te weeg bracht. Rond de klok van kwart over acht kroop Trixie achter de vleugelpiano en zette ze “I can stand the rain” in. Ondanks dat er een duidelijke bandopstelling was te merken ging Trixie solo door met “Pieces” en het nieuwe “Fourth corner”. Zeer begenadigd en vol overgave werkte ze de songs af, allen nog eens voorafgegaan door het zorgvuldig stemmen van haar gitaar en tussendoor gelardeerd met wat schuchtere bindteksten. Zo vroeg ze wat extra licht om het publiek dat achter de stoelen stond te kunnen zien, herkende ze Jeanine, foeterde eventjes op een opmerking van iemand uit de muzikantenentourage en dat alles met smakelijk Gents accent. Whitley performde een set lang als een getormenteerde ziel die publiek middels beklijvende teksten en haar indrukwekkende zang toegang verschafte tot haar nog jonge en al bijzondere levensloop. Alex Callier zou – de zetel omgedraaid - ongetwijfeld al snel de “krak” in de stem hebben opgemerkt. Wij zaten, op onze rechtverende nekharen na, de ganse tijd onbewogen te luisteren. “Breath you in my dreams” bezorgde ons minutenlang een krop in de keel. Dit prachtige nummer, met een aanhef op piano waar Alicia Keys stikjaloers op zou zijn, kwam in Gent voorbij als een klassieker in spé. Ook “A thousand thieves”, met interim band van vrienden en familie (nonkel Alain Gevaert van dEUS) er inmiddels bij, gooide hoge ogen. Het tekort aan repetitietijd lichtte eventjes wat op maar dat deed nauwelijks afbreuk aan de klasse van de songs en de overgave waarmee ze werden gebracht. “I’d rather go blind” en zeker “Strong blood” waren er niet minder indrukwekkend om. Met een vroege vlucht richting Wenen op zaterdagmorgen was ter afronding echter maar 1 bis voorzien. Met “Undress your name” sloot Trixie sterk, maar veel te vroeg, af waar ze was begonnen, achter de piano.
Het potentieel dat in deze jonge dame huist is overduidelijk omgekeerd evenredig met haar frêle lichaamsbouw. Er bestaat geen twijfel over dat haar kunde en talent kan worden overgedragen op een veelvoud van het publiek dat in de Gentse Handelsbeurs present was. Niets doet ons twijfelen dat daarmee ook de puurheid van haar muziek zou verdwijnen. Over deze heikele kwestie werd na afloop flink wat afgedebatteerd in het foyer van de Handelsbeurs maar één ding hadden we toch duidelijk gemeen met onze daar aanwezige kennissenkring: een eerste keer Trixie is een moment dat je blijft koesteren.
Wouter's Road Blog
Mijn concerten in geschreven vorm!
Sunday, January 08, 2012
Saturday, December 24, 2011
Dat was ons 2011...
Albums (en singels ervan)
Rival Sons “Pressure and time”, dEUS “Keep you close”, Jim Cole “When love is not enough”, Selah Sue, Hannelore Bedert “Uitgewist”, Lenny Kravitz “Black & white America”, Adele “21”, The Black Keys “El Camino”, Elbow “Build a rocket boys”, Noël Gallaghers High Flying Birds, Ryan Adams “Ashes & fire”, Beady Eye “Different gear, still speeding”
Singels
Intergalagtic Lovers “Delay”, Arctic Monkeys “Don’t sit down cause I’ve moved your chair”, The Vaccines “Post break-up sex”, Noah & The Whale “Tonight’s the kinda night”, Miles Kane “Rearrange”, Hooverphonic “Heartbroken”, The Strokes “Machu Pichu” en “Under cover of darkness”, Coldplay “Charlie Brown” als de nieuwe “Viva La Vida”, Foo Fighters “Rope”, Zornik “Pin me down”, Kasabian “Days are forgotten”, Arsenal “Melvin”, Smith & Burrows “When the Thames frooze” , Rumer “Am I orgiven” , Snow Patrol “Called out in the dark”, Triggerfinger “Let it ride”
Nog beter te leren kennen: Feist, Anna Calvi en (de nieuwe van) The Horrors
Concerten
Als het hier op aantal hits aankomt is John Mellencamp (bijna 200 maal aangeklikt!) hét concert van het jaar. Dat klikken is geen toeval want ook wij schrijven die avond weg als de beste van 2011. We voorzien wel een gedeelde eerste plaats voor Adele (Brux, 5/04) en een breed peloton erachter: Triggerfinger (op de Dylan-sessie van Radio 1), een uitstekend Werchter met Eels, Lissie, The National, Rival Sons, Selah Sue, Elbow, Coldplay, Two Door Cinema Club, The Vaccines en Fleet Foxes (stuk voor stuk 4 sterren en meer), Roger Daltrey (Lokeren, 30/7), George Michael (nog voor de verontrustende longontsteking, Antwerpen, 6/10), Rival Sons (Antwerpen, 12/11) en Smith & Burrows (Brussel, 13/12). Opvallend: Selah Sue en Triggerfinger zijn de enige Belgen in dit rijtje…
Gemist
Ray Lamontagne (Antwerpen, 18/2), Kuyss Lives (Brussel, 27/3), Sade (Antwerpen, 1/5), Manic Street Preachers (Amsterdam, 14/5), Prince (Gent, 5/7), Black Dub (Gent, 17/7)en Arcade Fire (ergens in Europa want – godverdomme – niet in België)
Voor 2011 kiest onze vrouwelijke kant Adele en onze mannelijke kant – de toekomst ligt ook een stukje in het verleden – de Rival Sons!
Rival Sons “Pressure and time”, dEUS “Keep you close”, Jim Cole “When love is not enough”, Selah Sue, Hannelore Bedert “Uitgewist”, Lenny Kravitz “Black & white America”, Adele “21”, The Black Keys “El Camino”, Elbow “Build a rocket boys”, Noël Gallaghers High Flying Birds, Ryan Adams “Ashes & fire”, Beady Eye “Different gear, still speeding”
Singels
Intergalagtic Lovers “Delay”, Arctic Monkeys “Don’t sit down cause I’ve moved your chair”, The Vaccines “Post break-up sex”, Noah & The Whale “Tonight’s the kinda night”, Miles Kane “Rearrange”, Hooverphonic “Heartbroken”, The Strokes “Machu Pichu” en “Under cover of darkness”, Coldplay “Charlie Brown” als de nieuwe “Viva La Vida”, Foo Fighters “Rope”, Zornik “Pin me down”, Kasabian “Days are forgotten”, Arsenal “Melvin”, Smith & Burrows “When the Thames frooze” , Rumer “Am I orgiven” , Snow Patrol “Called out in the dark”, Triggerfinger “Let it ride”
Nog beter te leren kennen: Feist, Anna Calvi en (de nieuwe van) The Horrors
Concerten
Als het hier op aantal hits aankomt is John Mellencamp (bijna 200 maal aangeklikt!) hét concert van het jaar. Dat klikken is geen toeval want ook wij schrijven die avond weg als de beste van 2011. We voorzien wel een gedeelde eerste plaats voor Adele (Brux, 5/04) en een breed peloton erachter: Triggerfinger (op de Dylan-sessie van Radio 1), een uitstekend Werchter met Eels, Lissie, The National, Rival Sons, Selah Sue, Elbow, Coldplay, Two Door Cinema Club, The Vaccines en Fleet Foxes (stuk voor stuk 4 sterren en meer), Roger Daltrey (Lokeren, 30/7), George Michael (nog voor de verontrustende longontsteking, Antwerpen, 6/10), Rival Sons (Antwerpen, 12/11) en Smith & Burrows (Brussel, 13/12). Opvallend: Selah Sue en Triggerfinger zijn de enige Belgen in dit rijtje…
Gemist
Ray Lamontagne (Antwerpen, 18/2), Kuyss Lives (Brussel, 27/3), Sade (Antwerpen, 1/5), Manic Street Preachers (Amsterdam, 14/5), Prince (Gent, 5/7), Black Dub (Gent, 17/7)en Arcade Fire (ergens in Europa want – godverdomme – niet in België)
Voor 2011 kiest onze vrouwelijke kant Adele en onze mannelijke kant – de toekomst ligt ook een stukje in het verleden – de Rival Sons!
Labels:
Adele,
Jaaroverzichten,
Rival Sons
Sunday, December 18, 2011
dEUS Lotto Arena/Antwerpen 16/12/11
U – trouwe lezer hier – weet dat we erg dEUS minded zijn. Dat heeft vele redenen: we volgen het parcours van Antwerps’ grilligsten al van bij het begin, hebben ruim plaats voor het ego van Tom Barman, vinden de komst van Mauro een meesterzet in de geschiedenis van de groep, lusten wel pap van de laatste drie cd’s en zagen al enkele concerten van hen waar we helemaal van ondersteboven waren. Voila, daarmee hebben we eventuele boze reacties op het vervolg hier al uitgerangeerd.
Ook al viel hen onlangs maar één MIA te beurt, het gaat momenteel goed met dEUS, uitstekend zelfs want zegt platina voor nieuwe plaat “Keep you close” niet genoeg? Een tot dusver succesvolle Europese toer hield eergisteren halt in Antwerpen voor – wij kunnen er geen uit ons archief halen – het eerste echt grote zaalconcert van dEUS in Antwerpen. Zeggen dat de verwachtingen vooraf hoog gespannen waren was even zeker als dat er heibel ging komen met Van Quickenborne in de nieuwe federale regering. In het voorprogramma dropte dEUS het gemengd Gents/Kortijks collectief Balthazar dat van de gelegenheid gebruik maakte om wat nieuw werk uit te testen. Een beleefd luisterend publiek liet het zich welgevallen zeker als daartussen een gekend oud singeltje als “Fifteen floors” werd gezet. Een beetje monotonie loerde wel om de hoek (valt meer op in grotere zalen?) maar voor het overige doen we niets af aan ons eerder oordeel: fijn groepje. Barman en staff kwamen onder afgemeten applaus (een thuismatch onwaardig) het podium opgewandeld om te openen met het nieuwe “The final blast”. Het wat logge geluid stoorde ons maar via een best aardig “Second nature”, live wel lang niet zo indrukwekkend als op plaat, kwamen we toch bij een prikkelend “The architect” terecht. Veel leven was er nog niet te bespeuren aan de publiekskant, daarvoor was het nog 5 songs wachten tot het duo “Instant street”,met de inmiddels opwindende versnelling aan het eind, en een wervelend “If you don’t get what you want”. Het concert – sober maar functioneel van licht voorzien - leek voorgoed van de grond te zijn gegaan maar helaas volgden nog tal van turbulenties… Zo was de nieuwe sprankelende singel “ Ghost” slechts een schim van zichzelf in Antwerpen en ging ook het ongenaakbare “Little arithmatics” gebukt onder tal van slordigheden die je normaal alleen zou verwachten bij een debuterend groepje, lang niet bij heren van deze stand. Het viel enkele keren ook pijnlijk op dat Barman gewoon slecht stond te zingen. Het laatste doktersbezoek overgeslagen, de hoestsiroop vergeten, pafje te veel? Feit was dat dit naarmate het concert vorderde alsmaar moeilijker onder de mat te vegen viel. Dat de groep zich alsnog terug recht trok was even onverwachts als verbazingwekkend. Een fel “Bad timing” en in de bissen superbe uitvoeringen van “Fell off the Floor man” en “Suds & soda” konden (eindelijk!) rekenen op de appreciatie van een volle zaal. Daar stonden – als het slecht begint te gaan stopt het niet meer… - minstens evenveel missers tegenover. Wel een feest van herkenning, maar lang niet in hun beste uitvoeringen: “Nothing really ends” en “Hotellounge”.
Deze dEUS zit in een gezegende periode maar verknalde het voor ons een beetje om dit te vertalen in een dito concert. Desondanks houden ze met een half geslaagde avond de concurrentie toch nog op veilige afstand. Mogen we doorspoelen naar de festivals?
Ook al viel hen onlangs maar één MIA te beurt, het gaat momenteel goed met dEUS, uitstekend zelfs want zegt platina voor nieuwe plaat “Keep you close” niet genoeg? Een tot dusver succesvolle Europese toer hield eergisteren halt in Antwerpen voor – wij kunnen er geen uit ons archief halen – het eerste echt grote zaalconcert van dEUS in Antwerpen. Zeggen dat de verwachtingen vooraf hoog gespannen waren was even zeker als dat er heibel ging komen met Van Quickenborne in de nieuwe federale regering. In het voorprogramma dropte dEUS het gemengd Gents/Kortijks collectief Balthazar dat van de gelegenheid gebruik maakte om wat nieuw werk uit te testen. Een beleefd luisterend publiek liet het zich welgevallen zeker als daartussen een gekend oud singeltje als “Fifteen floors” werd gezet. Een beetje monotonie loerde wel om de hoek (valt meer op in grotere zalen?) maar voor het overige doen we niets af aan ons eerder oordeel: fijn groepje. Barman en staff kwamen onder afgemeten applaus (een thuismatch onwaardig) het podium opgewandeld om te openen met het nieuwe “The final blast”. Het wat logge geluid stoorde ons maar via een best aardig “Second nature”, live wel lang niet zo indrukwekkend als op plaat, kwamen we toch bij een prikkelend “The architect” terecht. Veel leven was er nog niet te bespeuren aan de publiekskant, daarvoor was het nog 5 songs wachten tot het duo “Instant street”,met de inmiddels opwindende versnelling aan het eind, en een wervelend “If you don’t get what you want”. Het concert – sober maar functioneel van licht voorzien - leek voorgoed van de grond te zijn gegaan maar helaas volgden nog tal van turbulenties… Zo was de nieuwe sprankelende singel “ Ghost” slechts een schim van zichzelf in Antwerpen en ging ook het ongenaakbare “Little arithmatics” gebukt onder tal van slordigheden die je normaal alleen zou verwachten bij een debuterend groepje, lang niet bij heren van deze stand. Het viel enkele keren ook pijnlijk op dat Barman gewoon slecht stond te zingen. Het laatste doktersbezoek overgeslagen, de hoestsiroop vergeten, pafje te veel? Feit was dat dit naarmate het concert vorderde alsmaar moeilijker onder de mat te vegen viel. Dat de groep zich alsnog terug recht trok was even onverwachts als verbazingwekkend. Een fel “Bad timing” en in de bissen superbe uitvoeringen van “Fell off the Floor man” en “Suds & soda” konden (eindelijk!) rekenen op de appreciatie van een volle zaal. Daar stonden – als het slecht begint te gaan stopt het niet meer… - minstens evenveel missers tegenover. Wel een feest van herkenning, maar lang niet in hun beste uitvoeringen: “Nothing really ends” en “Hotellounge”.
Deze dEUS zit in een gezegende periode maar verknalde het voor ons een beetje om dit te vertalen in een dito concert. Desondanks houden ze met een half geslaagde avond de concurrentie toch nog op veilige afstand. Mogen we doorspoelen naar de festivals?
Labels:
Balthazar,
De Belgen,
dEUS,
Lotto Arena
Thursday, December 15, 2011
Smith & Burrows AB/Brussel 13/12/11
Met Editors aan een (gezonde) pauze bezig wist frontman Tom Smith zich met de vrijgekomen tijd geen blijf. In voormalig Razorlight drummer Andy Burrows – de hit “America” is van zijn hand! – vond Smith een partner voor het maken van een heuse winter/kerstplaat “Funny looking angels”. Wat we achter deze bijzondere aandrang – een kerstplaat maken – moeten zoeken laten we over aan mensen die daar langer dan ons voor geschoold zijn.
Terwijl de eerste singel “When the Thames frooze” stilaan door Vlaanderen als instant classic in de armen wordt gesloten (de kassa zal rinkelen bij Music for Life) lopen ook de zalen vol voor dit Editor-gelegenheidsproject. Na de Antwerpse Bourla en het Gentse NTG waren ook eergisteren geen lege zitjes meer te vinden in het theater van de Brusselse AB. Met Kaat & Daan in het voorprogramma kwam de AB een belofte na om de winnaars van de jongste KBC demowedstrijd te programmeren. Deze youngsters speelden zich de voorbije twee jaar al in de kijker van bekend muzikantenvolk (Tom Helsen, Jan Hautekiet) en zijn inmiddels in volle voorbereiding van een eerste plaat. Intimistische songs namen de bovenhand in de 35 minuutjes speeltijd die ze kregen toebedeeld. ‘The XX in kampvuurversie’ vat het voor ons best samen. Alle begin is moeilijk dus over de (te) scherp klinkende vrouwenstem en de tekstuele onrijpheid wijden we niet uit.
Hoe sjofel en gewoon Tom Smith het podium van de AB ook kwam opgewandeld, duim omhoog naar de volle zaal, hoe groots en impressionant hij klonk in openingsnummer “Wonderful life”. Op een podium dat aan beide zijden was opgefleurd met wat subtiele kerstverlichting en waarop het duo aangevuld was met drie bijkomende muzikanten (een toetsenman, trompettist en celliste) was het gezelligheid troef. Smith ving de avond aan gezeten op een koffer, terwijl Burrows plaats nam achter de piano. De nummers, nagenoeg allemaal covers en een handvol Editors-favorieten, pasten perfect in onze eindejaarsmood, en overduidelijk ook in die van een enthousiaste AB. Na een hartverwarmend “Funny looking angels” waarin Burrows’ stem de leiding nam kwam Smith “for anybody who’s affected by what has happened in Liège” aanzetten met een zwaarmoedig maar sterk gebracht “Weight of the World”. Als er geen woorden voor zijn dan is er altijd nog muziek… Mooi elkaar afwisselend volgde Burrows op zijn beurt met “If I had a heart”. De hoogtepunten stapelden zich een uur lang op: Yazoo’s “Only you”, een ijzingwekkend “Papillon”, Burrows met zijn rechtmatige eigendom “America”, het van The Longpigs gecoverde pareltje “On and on”, ja, zelfs het suf gedraaide “No sound but the wind” had mede door de overtuiging waarmee Smith het bracht al zijn glans herwonnen. De melancholie die Smith meesterlijk weet te leggen in zijn songs en teksten is bij de huidige generatie muzikanten echt wel onovertroffen. Geen kerstmis zonder cadeautjes, ook daar was aan gedacht want op enkele nummers van het einde werden via een tombola – één lotje per ticket – 4 toeschouwers huiswaarts gestuurd met een kerstgeschenk, hun overhandigd in de zaal door Smith zelf. Dat er in één beweging door reclame werd gemaakt voor de promostand namen we er voor lief bij, het is het gebaar dat telt! Op plaat krijgt “The Christmas song” vocalen van Agnes Obel, in de AB was de meegereisde celliste de perfecte stand in. Voor zover we nog niet helemaal waren mals gekneed, sloten Smith & Burrows af met een sublieme versie van “When The Thames frooze”.
Het voelt alsof we alle superlatieven voor één stukje nu wel hebben opgebruikt. Een vijf sterren avond op een dag die jammer genoeg niet door Smith & Burrows de geschiedenisboeken zal ingaan.
Terwijl de eerste singel “When the Thames frooze” stilaan door Vlaanderen als instant classic in de armen wordt gesloten (de kassa zal rinkelen bij Music for Life) lopen ook de zalen vol voor dit Editor-gelegenheidsproject. Na de Antwerpse Bourla en het Gentse NTG waren ook eergisteren geen lege zitjes meer te vinden in het theater van de Brusselse AB. Met Kaat & Daan in het voorprogramma kwam de AB een belofte na om de winnaars van de jongste KBC demowedstrijd te programmeren. Deze youngsters speelden zich de voorbije twee jaar al in de kijker van bekend muzikantenvolk (Tom Helsen, Jan Hautekiet) en zijn inmiddels in volle voorbereiding van een eerste plaat. Intimistische songs namen de bovenhand in de 35 minuutjes speeltijd die ze kregen toebedeeld. ‘The XX in kampvuurversie’ vat het voor ons best samen. Alle begin is moeilijk dus over de (te) scherp klinkende vrouwenstem en de tekstuele onrijpheid wijden we niet uit.
Hoe sjofel en gewoon Tom Smith het podium van de AB ook kwam opgewandeld, duim omhoog naar de volle zaal, hoe groots en impressionant hij klonk in openingsnummer “Wonderful life”. Op een podium dat aan beide zijden was opgefleurd met wat subtiele kerstverlichting en waarop het duo aangevuld was met drie bijkomende muzikanten (een toetsenman, trompettist en celliste) was het gezelligheid troef. Smith ving de avond aan gezeten op een koffer, terwijl Burrows plaats nam achter de piano. De nummers, nagenoeg allemaal covers en een handvol Editors-favorieten, pasten perfect in onze eindejaarsmood, en overduidelijk ook in die van een enthousiaste AB. Na een hartverwarmend “Funny looking angels” waarin Burrows’ stem de leiding nam kwam Smith “for anybody who’s affected by what has happened in Liège” aanzetten met een zwaarmoedig maar sterk gebracht “Weight of the World”. Als er geen woorden voor zijn dan is er altijd nog muziek… Mooi elkaar afwisselend volgde Burrows op zijn beurt met “If I had a heart”. De hoogtepunten stapelden zich een uur lang op: Yazoo’s “Only you”, een ijzingwekkend “Papillon”, Burrows met zijn rechtmatige eigendom “America”, het van The Longpigs gecoverde pareltje “On and on”, ja, zelfs het suf gedraaide “No sound but the wind” had mede door de overtuiging waarmee Smith het bracht al zijn glans herwonnen. De melancholie die Smith meesterlijk weet te leggen in zijn songs en teksten is bij de huidige generatie muzikanten echt wel onovertroffen. Geen kerstmis zonder cadeautjes, ook daar was aan gedacht want op enkele nummers van het einde werden via een tombola – één lotje per ticket – 4 toeschouwers huiswaarts gestuurd met een kerstgeschenk, hun overhandigd in de zaal door Smith zelf. Dat er in één beweging door reclame werd gemaakt voor de promostand namen we er voor lief bij, het is het gebaar dat telt! Op plaat krijgt “The Christmas song” vocalen van Agnes Obel, in de AB was de meegereisde celliste de perfecte stand in. Voor zover we nog niet helemaal waren mals gekneed, sloten Smith & Burrows af met een sublieme versie van “When The Thames frooze”.
Het voelt alsof we alle superlatieven voor één stukje nu wel hebben opgebruikt. Een vijf sterren avond op een dag die jammer genoeg niet door Smith & Burrows de geschiedenisboeken zal ingaan.
Labels:
AB,
Editors,
Razorlight,
Smith and Burrows
Sunday, December 04, 2011
Herfst in het Cultureel Centrum
Onze eerste afspraak van dit seizoen mag in onze wereld van muziek niet onbesproken blijven m.n. de première van Begijn Le Bleu’s nieuwe theatershow “Een beschaafde jongen” (1/10). De Waaslandse cabaretier mag wat ons betreft zo stilaan doorbreken in brede lagen van onze bevolking. Dat dit wel het geval is bij onze Noorderburen maakt het wat ons betreft des te dwingender. In 2005 kaapte Begijn de jury en publieksprijs weg op het Nederlandse Camaretten festival maar deze “Beschaafde jongen” is Vlaamser dan z’n prijzenkast doet vermoeden. In een voorstelling waarin Le Blue typetjes neerzet per strekkende meter – geen idee hoe ze in Nederland z’n dialect weten te begrijpen - is het vergeefse moeite om de lachspieren stil te houden. Als weinig anderen, of ze moeten gezegend zijn met de familienaam Deprez of Helsen, weet hij slim om te springen met het begrip humor. Het mag neigen naar vulgair maar nergens komt de onderbroek kniehoog te hangen. Aan het eind van de voorstelling zit ook zijn hilarische Brel bewerking “Tiete pakke”. Vergeet het legioen omhoog gevallen stand-up comedians uit de Casino, dit is the real thing (nog tot mei volgend jaar her en der te zien).
Country is doorgaans niet aan ons besteed tenzij u een Johhny Cash plaat van onder het stof haalt of Emmylou Harris op ons loslaat. Net omdat ze juist namen als die twee eren hadden we onszelf toch overhaalt voor een avondje met de ‘Country Ladies’ Tine Reymer, Nathalie Delcroix en, opvolgster van Eva De Roovere, Riet “JackoBond” Muylaert (14/10). Orkestmeester was Wigbert die in zijn rangen (nog) schoon volk als Axl Peleman, Ron Reuman en Björn Ericsson in de ogen mocht kijken. Er werd door eerder genoemde dames voortreffelijk gezongen en ruim anderhalf uur verzorgd gemusiceerd door de begeleidende heren maar met de Gentse kanaalzone in plaats van een prairie op een steenworp van de Stroming misten we toch een beetje gepast kader voor dit concept. Verzekerd van een ruim assortiment klassiekers (“Jolene”, “Jackson”, “9 to 5”, “Stand by your man”) waren er na afloop desalniettemin weinig ontevreden gezichten op te merken in Sleidinge.
Heel wat avontuurlijker ging het er aan toe tijdens “Dancing with the sound hobbyist” van wat tegenwoordig niet meer gewoon Zita Swoon heet maar er het achtervoegsel Project (15/11) moet bij verdragen. Met een prominente rol weggelegd voor danser Simon Mayer dwingt deze voorstelling – concert is een te beperkte term - om ogen en oren maximaal te laten samenwerken. Er is heel wat in elkaar geknutselde percussie die samen met meer conventionele instrumenten een collectie songs ten gehore brengen die niet ver weg liggen van wat als vertrouwde Zita Swoon kan worden bestempeld (of ruwe ideeën er voor). Wanneer Eva en Kapinga Gysel nadrukkelijk naar voor werden geschoven (“Maridadi”) schitterde dit fascinerende avondje op zijn meest. Alle respect voor Stef Camil Carlens die hiermee gedurfd alle zekerheden (van zichzelf en zijn groep) overboord gooit en toch staande blijft. Een aanrader.
Admiral Freebee (2/12) staat momenteel in de belangstelling met een verzamelaar die de wat ironische titel “Wreck collection” meekreeg. Het is, de ware admiraal, Tom Van Laere’s overtuiging dat er door hem nog heel wat goeds te maken is in de toekomst. Als trouwe koper van zijn plaatwerk maar minder groot liefhebber van zijn live prestaties zagen we wel brood in zijn hernomen initiatief om nog eens solo de culturele centra af te gaan. Van één ding zeker – de versterker gaat niet op 10 – nestelden we ons comfortabel in het gestoelte van ons geliefd cultureel centrum. Van Laere liet eerst enkele volbloed akoestische songs spreken (w.o. een mooi “Blues from a hypochondriac”) alvorens zelf het woord te nemen. Hij vertelde verheugd te zijn dat in Sleidinge zijn rider voor het eerst in zijn artiestenbestaan correct was opgevolgd want… eindelijk stond de zaal dicht bij een psychiatrisch ziekenhuis. Het was niet het enige moment waarop hij de kolderieke toer op ging. Later in de set werd er ook nog goed gelachen met verwijzingen naar ‘The Voice van Vlaanderen ‘ en zorgde een in zijn vleugelpiano verstopte roze telefoon ook voor (voorspelbare) hilariteit. Tussen dit alles door plukte Van Laere kris kras songs uit zijn 4 cd’s tellende discografie. “Wild dreams of new beginnings”, “Perfect town”, “Rags’n’run”, “Recipe for disaster”, het recentere “Look at what love has done” en “Oh darkness” kwamen allemaal voorbij in doorleefd gebrachte uitvoeringen. Ook het van Dylan geleende “Man in the long black coat” maakte best indruk. In de bissen ging ‘den admiraal’ in op het verzoek om “Lucky one” te spelen gevolgd door – ook op verzoek van de voorste rij – het ietsje meer funky ingekleurde “Always on the run”. Door in die laatste James Brown’s “Sex machine” te verwerken lag het copiëren er misschien ietsje te dik op maar tegen die tijd had Van Laere alle sympathie te pakken die er te rapen viel in Sleidinge. Niet onvergetelijk maar toch meer dan leuk dit avondje Admiral Freebee solo, zullen we het daar maar op houden.
Country is doorgaans niet aan ons besteed tenzij u een Johhny Cash plaat van onder het stof haalt of Emmylou Harris op ons loslaat. Net omdat ze juist namen als die twee eren hadden we onszelf toch overhaalt voor een avondje met de ‘Country Ladies’ Tine Reymer, Nathalie Delcroix en, opvolgster van Eva De Roovere, Riet “JackoBond” Muylaert (14/10). Orkestmeester was Wigbert die in zijn rangen (nog) schoon volk als Axl Peleman, Ron Reuman en Björn Ericsson in de ogen mocht kijken. Er werd door eerder genoemde dames voortreffelijk gezongen en ruim anderhalf uur verzorgd gemusiceerd door de begeleidende heren maar met de Gentse kanaalzone in plaats van een prairie op een steenworp van de Stroming misten we toch een beetje gepast kader voor dit concept. Verzekerd van een ruim assortiment klassiekers (“Jolene”, “Jackson”, “9 to 5”, “Stand by your man”) waren er na afloop desalniettemin weinig ontevreden gezichten op te merken in Sleidinge.
Heel wat avontuurlijker ging het er aan toe tijdens “Dancing with the sound hobbyist” van wat tegenwoordig niet meer gewoon Zita Swoon heet maar er het achtervoegsel Project (15/11) moet bij verdragen. Met een prominente rol weggelegd voor danser Simon Mayer dwingt deze voorstelling – concert is een te beperkte term - om ogen en oren maximaal te laten samenwerken. Er is heel wat in elkaar geknutselde percussie die samen met meer conventionele instrumenten een collectie songs ten gehore brengen die niet ver weg liggen van wat als vertrouwde Zita Swoon kan worden bestempeld (of ruwe ideeën er voor). Wanneer Eva en Kapinga Gysel nadrukkelijk naar voor werden geschoven (“Maridadi”) schitterde dit fascinerende avondje op zijn meest. Alle respect voor Stef Camil Carlens die hiermee gedurfd alle zekerheden (van zichzelf en zijn groep) overboord gooit en toch staande blijft. Een aanrader.
Admiral Freebee (2/12) staat momenteel in de belangstelling met een verzamelaar die de wat ironische titel “Wreck collection” meekreeg. Het is, de ware admiraal, Tom Van Laere’s overtuiging dat er door hem nog heel wat goeds te maken is in de toekomst. Als trouwe koper van zijn plaatwerk maar minder groot liefhebber van zijn live prestaties zagen we wel brood in zijn hernomen initiatief om nog eens solo de culturele centra af te gaan. Van één ding zeker – de versterker gaat niet op 10 – nestelden we ons comfortabel in het gestoelte van ons geliefd cultureel centrum. Van Laere liet eerst enkele volbloed akoestische songs spreken (w.o. een mooi “Blues from a hypochondriac”) alvorens zelf het woord te nemen. Hij vertelde verheugd te zijn dat in Sleidinge zijn rider voor het eerst in zijn artiestenbestaan correct was opgevolgd want… eindelijk stond de zaal dicht bij een psychiatrisch ziekenhuis. Het was niet het enige moment waarop hij de kolderieke toer op ging. Later in de set werd er ook nog goed gelachen met verwijzingen naar ‘The Voice van Vlaanderen ‘ en zorgde een in zijn vleugelpiano verstopte roze telefoon ook voor (voorspelbare) hilariteit. Tussen dit alles door plukte Van Laere kris kras songs uit zijn 4 cd’s tellende discografie. “Wild dreams of new beginnings”, “Perfect town”, “Rags’n’run”, “Recipe for disaster”, het recentere “Look at what love has done” en “Oh darkness” kwamen allemaal voorbij in doorleefd gebrachte uitvoeringen. Ook het van Dylan geleende “Man in the long black coat” maakte best indruk. In de bissen ging ‘den admiraal’ in op het verzoek om “Lucky one” te spelen gevolgd door – ook op verzoek van de voorste rij – het ietsje meer funky ingekleurde “Always on the run”. Door in die laatste James Brown’s “Sex machine” te verwerken lag het copiëren er misschien ietsje te dik op maar tegen die tijd had Van Laere alle sympathie te pakken die er te rapen viel in Sleidinge. Niet onvergetelijk maar toch meer dan leuk dit avondje Admiral Freebee solo, zullen we het daar maar op houden.
Monday, November 14, 2011
Rival Sons Trix/Antwerpen 12/11/11
De toekomst van de rock-’n-roll smaakt ook een beetje naar het verleden. Geen groep die dat beter heeft begrepen dan het Californische viertal Rival Sons. Alles wat tot nog toe van hen op plaat is gezet – 2 full cd’s en een EP - klinkt als gemaakt in de hoogdagen van Led Zeppelin, Deep Purple en The Doors. Eén belangrijke nuance daarbij: ze klinken niet alleen als voorgenoemden, ze willen het rijtje ook gewoon aanvullen! Eergisteren hielden ze, al ruim een jaar onderweg naar wereldwijde erkenning, halt in het Antwerpse Trix voor hun eerste Belgische zaalconcert. Afgelopen zomer rekenden we de Rival Sons tot het beste van Werchter, dus onze verwachtingen waren niet min. In deze crisistijden zijn de gages van voorprogramma’s duidelijk in vrije val want met slechts 15€ toegangsgeld zorgde organisator Heartbreak Tunes ook nog eens voor 2 voorprogramma’s, waarvoor hulde. Door een speling van het lot (ticket in de keukenkastlade laten liggen) misten we The Lumbers uit Kortrijk. Gelukkig waren we wel tijdig de kassa gepasseerd voor het Nijmeegse Black Bottle Riot die de avond voordien hun debuut boven het doopvont hadden gehouden in hun thuisstad. Vastberaden ook al een handvol Vlaamse vrienden te maken raasden ze door een fel setje waar alle klassieke elementen in verwerkt zaten: riffs uit het boekje, een drummer die sneller speelt dan zijn eigen schaduw en een zanger die Herman Brood met Danko Jones kruiste. Weinig reden dus om niet te blijven staan. Iets over tienen doofden na AC/DC’s “Highway to hell” de lichten voor Rival Sons. Met een zelden geziene ‘cool’ stapte het viertal het podium op als was deze club een tot de nok gevulde arena. Uit de boxen knalde een ongemeen fel “Torture”. Zanger Jay Buchanan bewoog op het podium als was hij die namiddag niet meer uit de trance gekomen na zijn laatste yoga sessie en keelde zich als een jonge Robert Plant naar de finale van het nummer. Wij voelden het in iedere vezel van ons lijf: dit zou een prima avondje worden. Mét herkenningsapplaus raasden de heren - ‘Duvel’tje op de versterker - door naar “Burn down Los Angeles” en een logge Zeppelin/Sabbath lookalike “Tell me something”. Ook “Sleepwalker”, met Buchanan voortreffelijk op mondharmonica en “Get what’s coming” dreven op een soort oerkracht waar alleen de echte groten een patent op hebben. Met “On my way” ging de voet even van het gaspedaal om meteen erna weer helemaal op kruissnelheid te komen met hun jongste singel “All over the road”, daarin de niet mis te verstane frase “So pull up your dress, I’m gonna show you how the west was won”. Niet meteen een suggestie waar wij bij een eerste kennismaking mee zouden durven uitpakken maar - geloof ons - als u dit nummer meebrult groeit het vertrouwen in een goede afloop ervan. Met deze “All over the road”, “Young love” (Jim Morrison leeft weer!) en – zo strak als een Mega Mindy spandex - “Pressure & time” brachten Rival Sons Trix helemaal naar het kookpunt. Intussen had een goed gevulde club al uit volle borst “Happy birthday” gezongen voor bassist Robin Everhart en beloofde zanger Jay, waarschijnlijk aangemoedigd door zo veel goede sfeer, om na afloop met iedereen te verbroederen. Daarvoor gingen ze, zo vervolgde hij, zonder onderbreken hun set afmaken en dat verplicht nummertje ‘om bissen roepen’ overslaan. Immers, terugkomen zouden ze toch! Voor “Soul” haalde diezelfde Jay nog eens vocaal alles uit de kast waarna een lang en spannend sluitstuk volgde met “I want more” en Fleetwood Mac’s “Oh well” in elkaar gezet.
Bij Rival Sons geen loze beloften want amper 5 minuten na het slot van dit memorabele concert dook het eerste groepslid al tussen het publiek op, snel gevolgd door zijn drie collega’s. Er werden foto’s genomen, handtekeningen geronseld en felicitaties overgemaakt voor het geweldige concert dat er aan was voorafgegaan. In onze dromen is dit viertal het stadium van ‘the next big thing’ al lang voorbij. Zo goed, zo catchy, zo opwindend hebben we ze al lang niet meer gehad. Op naar het Sportpaleis!
Labels:
Muziekcentrum Trix,
Rival Sons
Friday, November 11, 2011
Elvis Costello Elisabethzaal/Antwerpen 9/11/11
Lang hebben we niet getwijfeld om eerder op het jaar dit avondje Costello (solo) te boeken. Voor een man die singelgewijs onze ontluikende liefde voor de popmuziek mee heeft helpen kleur geven op de grens tussen de jaren 70 en 80 hebben we immers een groot respect, al moet u ons niet meteen tot zijn trouwe aanhang rekenen, daarvoor zijn we doorheen de jaren niet diep genoeg gegaan in de mans uitgebreide discografie. Ook door een wat ongelukkige Marktrock passage enkele jaren geleden koelde onze Costello liefde wat af. Beide tegenindicaties hinderden echter niet om gezeten in het wat ongemakkelijke gestoelte van de statige Elisabethzaal samen met heel wat trouwe volgelingen toch ruim twee uur lang mee aan de lippen te hangen van Declan Patrick Aloysius McManus, zoals Costello bij de burgerlijke stand bekend is.
Costello had als voorprogramma het uit Georgia afkomstige Larkin Poe mee uitgenodigd. Met het wegvallen van zus Jessica (verloven en studeren) is dit groepje eigenlijk het vervolg op het jonge country en folktrio The Lovell Sisters. Met slechts enkele ep’s op hun palmares maar een pak podiumervaring als die Lovell Sisters in de kuiten stonden Rebecca en Megan, aangevuld met een gitarist en een drummer, als Larkin Poe opvallend zelfzeker op het Antwerpse podium. Vooral Rebecca bleek naast een verdienstelijke zangeres en uitstekende mandolinespeelster ook nog eens een charmante podiumpersoonlijkheid te zijn die tussen de nummers ongeremd het publiek toesprak. Het feit dat ze ook haar bewondering voor Costello meermaals uitte hielp natuurlijk om de brug te slaan met het publiek. Ondanks de totale anonimiteit van waaruit dit viertal in Antwerpen kwam opgedoken wisten ze toch onze aandacht 40 minuten vast te houden. Onze affiniteit met genregenoten als The Indigo Girls, Bonnie Raitt en recenter Lissie hielp wel.
In de pauze bleven de instrumenten van Larkin Poe onaangeroerd staan op het podium wat meteen aangaf dat Costello nog wat van plan was met hen. Eerst ging hij echter akoestisch ruim een uur kris kras door zijn eigen oeuvre alvorens hen een eerste maal terug op het podium te roepen. Hits werden duidelijk niet geschuwd getuige daarvan een openingskwartier waarin “Oliver’s army”, “Veronica”, “Good year for the roses” en “New Amsterdam” opgenomen waren. De laatste kreeg er “You’ve got to hide your love away” van The Beatles doorheen gewerkt. Zo een concert kunnen openen, het is niet iedereen gegeven. Costello waagde er zich zelfs een aantal keren aan om zonder versterking aan de rand van het podium een nummer in te zetten of af te werken. Momenten die zelfs nog meer beklijfden dan met de stekker erin. Deel 1 vonden we nog het sterkst in de (voor ons) minder herkenbare passages: “Bedlam”, “A slow drag with Josephine”, “Jimmie standing in the rain”, “Bullets for the new born king” en “Either side of the same town”. “Everyday I write a book”, een song die hij zelfverklaard haat, kreeg een complete make-over die ons, te verknocht aan het magistrale origineel zeker(?), bijgevolg niet kon bekoren. Kort voor de bissen trof “Red Shoes” en een met assistentie van Larkin Poe gebracht “Briljant mistake” wel helemaal raak. De samenzang met de eerder vermelde Rebecca Lovell konden wij overigens wel appreciëren. Costello is geen man die komt voor half werk en biste er vervolgens goed geluimd nog een uur bij. Daarvan onthouden we vooral een onverwoestbaar “Alison”, “I don’t want to go to Chelsea” (met Larkin Poe erbij), “I hope” en “Blame it on cain”. Met “I want you” en “Shipbuilding” hadden we – met alle respect voor hun klassieke status – ook op plaat al heel wat minder voeling mee; hun aanwezigheid in Antwerpen veranderde daar niets aan.
Het talent van Costello, als songschrijver, vertolker en performer, stond in Antwerpen buiten kijf. We hadden met dit soloconcert echter voor onszelf wel gespeculeerd op een flinke toename van onze liefde voor de man en zijn muziek maar daar voelen we 48 uur na de feiten jammer genoeg nog niet veel van. Dit alleen aan Costello toeschrijven is evenveel als vloeken na de hoogmis. Misschien hebben we hier te maken met een "groeiconcert". Vraagt u het ons over enkele maanden nog eens wat we er van vonden…?
Labels:
Elisabethzaal,
Elvis Costello
Subscribe to:
Posts (Atom)